Biodiversiteit

Landbouw en natuur in Haspengouw?!

In Haspengouw vind je geen grote aaneengesloten natuurgebieden, maar zijn natuur en landbouw met elkaar verweven. Eeuwenlang was er een sterke band tussen landbouw en natuur.

Agrarische soorten konden niet zonder de landbouw – denk maar aan vogelsoorten zoals de veldleeuwerik en de grauwe gors die graan nodig hebben als voedsel – en de landbouw kon niet zonder agrarische soorten. Zo waren zwaluwen bijvoorbeeld welgekomen gasten om de hoeveelheid insecten binnen de perken te houden. Er bestond een evenwicht tussen landbouw en natuur, de ene kon niet zonder de andere.

Door de economische druk en de intensivering van de landbouw zijn de banden tussen landbouw, natuur en landschap de laatste decennia voor een groot stuk verloren gegaan.

De percelen werden steeds groter, waardoor er minder randjes en kantjes voor de natuur overbleven. Door betere teeltmethodes behoren door korenbloemen blauwgeverfde graanvelden tot een nostalgisch verleden, en de taak van de zwaluwen werd overgenomen door insecticiden. De biodiversiteit kreeg steeds minder kansen.

Maar het tij is aan het keren. Steeds meer landbouwers beseffen dat de band tussen landbouw en natuur niet verloren mag gaan. Ze doen inspanningen om de natuur terug een kans te geven. Ook de landbouwers die graan voor KORTWEG NATUUR telen, zetten zich in voor de natuur op hun akkers. Vooral voor de akkervogels want akkervogels zijn, zoals hun naam al laat vermoeden, sterk afhankelijk van de landbouw.

 

Akkervogels in Haspengouw

grauwe gors

Deze akkervogel is sterk achteruit gegaan. Droog Haspengouw is één van de laatste streken in Vlaanderen waar de grauwe gors nog te vinden is. Het grootste knelpunt voor de grauwe gors is het vinden van voedsel op het einde van de winter tot in april, hij schakelt later dan andere akkervogels over op insecten. Hij houdt van grote, open landschappen, maar komt 's winters ook in houtkanten.


geelgors

In tegenstelling tot zijn neef de grauwe gors, houdt de geelgors eerder van kleinschalige landschappen. Hij is meer te vinden in akkers die grenzen aan houtkanten of heggen.
Zijn liedje klinkt als de 5de symfonie van Beethoven, sommige mensen herkennen in zijn roep de slogan "geef me een pintje biieeer!"


veldleeuwerik

De veldleeuwerik is een echte open landschapsakkervogel: hij mijdt hoog opgaande begroeiing. Ook in de winter is hij met geen stokken dicht bij bomen te krijgen, hij zoekt zijn voedsel liever in open gebied. Omdat hij in boomloze landschappen leeft, heeft hij geen hogere uitkijkposten van waarop hij kan zingen. Daarom maken de mannetjes de zo karakteristieke zangvluchten waarbij ze vrolijk tierelieren boven de velden.


patrijs

De patrijs zoekt beschutting in ruige hoekjes of akkerranden. De jongen gaan zelfstandig op zoek naar insecten. Omdat ze nog niet zo snel zijn en nog niet kunnen vliegen, is een insectenrijke plek waar voldoende dekking is tegen roofdieren noodzakelijk. Ook open plekken, waar de jongen kunnen opdrogen van dauw of regen, zijn welkom.


kiekendief

In de winter kan je de blauwe kiekendief laag over de akkers zien zweven. ’s Zomers vind je bij ons de bruine kiekendief. Deze sierlijke roofvogels voeden zich met muizen of kleine vogels. Ook voor hen is de aanwezigheid van akkervogels dus een must.